Guido van Bennekom (1872) - Patriek Vleeming (1858)
16 september 2002
Het duel maandag 09-09 tussen de jeugdtrainers Guido van Bennekom en Patriek Vleeming is geeindigd in een beeldschone overwinning voor Patriek. In het fromgambiet offerde hij zich met zwart gedecideerd naar de volle winst. Met deze hoogstaande partij nam hij revance op de vorig jaar geleden nederlaag.
Het Fromgambiet
01. f4!-e5!? 02. fxe5-d6 03. exd6-Lxd6 04. Pf3-g5 05. g3-g4 06. Ph4-Pe7 07. d4-Pg6*1 08. Pxg6-hxg6 |
|
De partij tussen van Bennekom en Vleeming beloofde op papier een spectakelstuk te worden. Een pure verdediger tegen een rasaanvaller. Bij aanvang van de partij was afgesproken dat de diagramstelling op het bord zouden komen. Het afgelopen jaar verslikte vleeming zich nog in de verdedigende kwaliteiten van zijn tegenstander, zou dit weer het geval blijken? *1 Er zijn nu twee varianten die gespeeld worden Pg2 of Pxg6. Met Pxg6 had ik veel ervaring aangezien dat geregeld tussen ons op het bord was gekomen. Volgens Fritz 7.0 geniet 8. Pg2 de voorkeur. |
08. Pxg6!?-hxg6 09. Dd3*2-Pc6 10. c3-Lf5! 11. e4-De7 12. Lg2-o-o-o |
|
*2 Dd3 is gespeeld om de drijging Lxg3 of Txh2 te pareren, zwart heeft een pion geofferd voor een open h-lijn. Vele vluggertjes tussen beiden hadden ervoor gezorg dat de spelers zich tot aan de 14de zet nog op relatief bekend terrein bevonden. De stelling is min of meer in evenwicht, wit staat een pion voor maar zwart heeft genoeg compensatie via de sterke koningsaanval. Bij de 13de zet rocheerde ik om mijn koning uit het centrum te halen. Het openingenboek van Fritz prefereert hier Le3, wat resulteerd in 13. Le3-Tde8 14. Pd2-f6 15. 0-0-0-Ld7 16. e5 (+1.00) het idee erachter is de koning via de lange rochade veilig te stellen. Lange rochade is duidelijk veiliger doch ik dacht er geen tijd voor te hebben. |
13. o-o-Pe5!!*3 |
|
*3 Zie diagram,13. ..-Pe5!! een geweldige krachtzet die Vleeming tijdens een van de snelschaakpartijen lanceerde. Prachtig, zwart ontwikkeld door waarbij hij een tweede stuk laat instaan! De witte dame moet wijken, het paardoffer aannemen leidt direct tot groot materiaalverlies via Lc5+. Het leek mij logisch om de dame via de diagonaal uit het centrum terug te trekken. Fritz echter prefereert de variant 14. De3-Ld6 15. b4-Pc4 16. De2-Pb6 17. e5-f5 waarna Fritz wit overwegend vindt staan |
14. Dc2-Txh2!!*4 15. Kxh2- .. |
|
*4 Zie diagram, Txh2 een prachtig torenoffer. Zowel Vleeming als ik hebben lang nagedacht over dit torenoffer. Beide waren we niet volledig zeker over de rechtvaardiging ervan. Bij de analyse met Fritz bleek tot onze verbazing dat we nog altijd theorie volgden! De theorie luidt: Kxh2-Pf3+ 16. Lxf3-gxf3 17. Txf3-Lxe4 18. De2-Th8+ 19. Kg1-Lxf3 20. Dxe7-Lxe7 21. Pd2-Ld5 22. Pd1-f5 23. Lf4 waarna zwart overwegend staat. In deze ingewikkelde stand zocht ik mijn heil in spirituele bronnen en niet zonder succes. In volle concentratie wist ik buiten het bord twee paarden en een tweetal pionnen op één enkele toren te plaatsen. Zowel Vleeming als Gerrit Hendriks waren diep onder de indruk van mijn schaakkunsten. |
15. .. -Pf3+!*5 16. Txf3?-gxf3 17. Lxf3-Dh4+ 18. Kg1-Dxg3 19. Dg2-De1+ 20. Df1-Lh2+ 21. Kg2-Lh3+ 22. opg. |
|
*5 De 15de zet .. - Pf3 was de eerste zet waarmee ik geen rekening gehouden had, Th8+ 16. kg1-Pf3+ waren de zetten die ik verwachtte. De door mij gespeelde zet Txf3 speelde ik omdat mijn loper sterk in de verdediging was. Lxf3 is de enige correcte zet aldus Fritz in deze stelling Txf3 verliest opslag, een dergelijke stelling is aan Vleeming toevertrouwd. |
Auteur: G. van Bennekom