Johan Wiggers (1473) - Guido van Bennekom (1872)

25 september 2002

Het duel maandag 23-09-2002 tussen Johan Wiggers en Guido van Bennekom is geëindigd in een overwinning voor van Bennekom. In zijn queeste, het achterhalen van de clubkampioen, werd van Bennekom het vuur aan de schenen gelegd door Wiggers. De zwartspeler moest diep gaan om een inferieure stelling alsnog naar zijn hand te zetten.

Het loperpaar
Na verlies in de eerste was ik door winst in de tweede ronde inmiddels opgeklommen tot de 25ste plaats. In de derde ronde mocht ik aantreden tegen dhr. Wiggers, hij stond teboek als "een taaie". Wilde ik het contact met de top niet geheel verliezen dan diende ik deze partij te winnen. Hetgeen qua rating tot de mogelijkheden behoorde.
01.     e4-d5
02.   exd5-c6!?*1
03.     d4-cxd4
04.    Pf3-Pc6
05.    Lb5-e6!?*2
06.    0-0-Pf6
07.    Te1-Db6
08.   Lxc6-bxc6
09.     a3-c5*3
zet 7 *1Ik had gehoopt op 3. dxc6-e4!?? 4. cxb7-Lb7. Een uiterst dubieus gambiet wat ik zelf heb ontwikkeld en verfijnt in snelschaakpartijen en tegen mens en computer. Fritz 7.0 evalueert het gambiet trouwens als straal verloren (+2.0) voor zwart. Enfin d4 werd gespeeld ietwat mismoedigd speelde ik de volgende 10 zetten min of meer à tempo.
*25. ..-e6. Tja wat zal ik ervan zeggen, er is geen rede toe, het remt zwarts ontwikkeling, het is passief, ik heb weinig goede woorden over voor deze zet.
*3De pointe van zwarts 7de en 8ste zet.
10.     c3-Tb8
11.     b4*4-c4
12.    Lf4-Le7??*5
13.   Lxb8-Dxb8
14.   Pbd2-Ld6
15.    De2-0-0
16.    Pe5-pd7
17.   Pdf3-Dc7*6
18.     g3-Pf6
zet 9 *4Een sterke zet, de zwakke pion gaat ten aanval en biedt tevens de ruimte aan wits stukken. Ik moet eerlijk bekennen dat ik deze over het hoofd gezien heb.
*5Zie diagram, na 12. Lf4. Iedere schaker ziet gelijk dat zwarts toren wordt bedrijgd. Echter in de veronderstelling dat het een normale ontwikkelingszet betrof speelde ik 12. ..-Le7. Een typisch voorbeeld van schaakblindheid, het is altijd weer een vreemde gewaarwording wanneer het je overkomt. Uiteraart staat zwart verloren, het uitspelen is echter nog een langdurig en lastig karwei.
*6Dame c7 verhoogt de druk op de koningsvleugel, voorkomt Pc6 en beschermt het loperpaar. Zwart graaft zich langzaam maar zeker in en tracht alles gesloten te houden.
19.    Pd2-Kh8
20.   f4!?-Pg8
21.     b5-Da5
22.    Df3-Dxb5
23.   Teb8-De8*7
24.    Dg2-Pe7
25.   Pdf3-Pg8
zet 13 Bij de 20ste zet van Wiggers heb ik zo mijn tweifels. Persoonlijk ben ik geen voorstander van het vrijwillig openzetten van de koningsstelling, Fritz 7.0 heeft er echter geen problemen mee. Bij de 21ste zet offert Wiggers een pion om een openlijn voor de torens te creëen, te vroeg naar mijn idee, ook in deze steunt Fritz mij niet.
*7 Zie diagram, een typische stelling waarin van Bennekom zich thuisvoelt, de opponent heeft veel ruimte doch kan er weinig mee. Deze stelling is een sprekend voorbeeld van de kracht van een loperpaar, de raadsheren houden zwarts stelling bijeen. Beide lopers werken goed samen waardoor de vijandelijke stukken worden lamgelegd.
26.  Db2!?-f6*8
27.  pxc4?-dxc4
28.    Db5- ..
zet 13 *8 Zie diagram, van Bennekoms afwachtende houding werpt zijn vruchten af, wit maakt een tactische fout, 26. ..-f6, paardverlies drijgt via Pg4-Dh5. Wiggers speelde vervolgens Pxc4 om enige compensatie voor het verloren stuk te krijgen. Veel sterker volgens Fritz is 27. Df2!!-fxe5 28. dxe5-Lc7 29. Dxa7-Ld8 30. Pd4-Pe7 waarna een onduidelijke stelling ontstaat met wederzijdse kansen.
28.     ..-Dg6!?*9
29.    Ph4-Dd3
30.    Td1-Dxc3
31.    Dh5-..
zet 13 *9 Zie diagram, lang heb ik lopen nadenken over dameruil, Ld7 en Dg6. De eerste variant verworp ik wegens 28. ..-Dxb5 29. Txb5-Le7 30. Ta5-Lb8 31. Pd2-Tc8 waarna ik mijn stukken te gefixeerd vond staan. De tweede variant Ld62!? verworp ik omdat ik deze variant simpelweg niet geheel kon overzien. De laatste variant garandeerde of pionnenruil (c4 om f4) of behoud van c4, waarna ik zwart sterk vond staan.

31.     ..-De3+*10
32.    Kf1-Ph6
33.    De2-Dxe2+
34.   Kxe2-La6
35.    Kd2-e5
36.    Te1-Lc7
37.   fxe5-La5+
38.   opg.*11
zet 13
*10 Ter voorkoming van stikmat speelde ik Ph6, Fritz waardeert Pe7 bijna een punt gunstiger al zie ik niet direct waarom.
*11 De partij werd in stijl besloten door een manoeuvre van het loperpaar.

Auteur: G. van Bennekom