van Bennekom G. (1872) - Hendriks G. (1719)

11-04-2002

In de 8ste ronde mocht ik achter de zwarte stukken plaatsnemen tegenover Gerrit Hendriks. Het treffen in de afgelopen competitie resulteerde in een voor mij fortuinlijke remise. Ik kwam door een offer verloren te staan maar wist eeuwig schaak te forceren in een vier-toreneindspel. Na de partij van de afgelopen week eens doorgekeken te hebben vond ik dat ik iets recht te zetten had. Ik nam mij voor om de alcoholische dranken te laten staan en elke zet geconcentreerd te benaderen.

De rochade
01.     e4-d5
02.   exd5-Dxd5*1
03.     d4-Pc6
04.    Pf3-e5*2
05.   dxe5-Dxd1+
06.   Kxd1-Lg4
07.   Lb5?-o-o-o+
08.    Ld2-Pxe5
09.    Le2-Lxf3
In een rapidpartij enkele maanden eerder had Hendriks een goede stelling bereikt na 1. e4-d5 2. exd5-Dxd5 3. Pc3-De5+!??. Een Scandinavische variant die ik graag speel, Hendriks verraste mij dan ook door op de derde zet d4 te spelen.
Het was weer zover, de partij was amper begonnen en ik bevond mij alweer in een onbekende stelling. Ik was hier niet blij mee aangezien ik net een vermoeiende jeugdtraining achter de rug had. Enfin, ter voorkoming van de dreigingen c4 en Pc3 speelde ik Pc6. ChessGenius 7.0 pareert de gevaren op de volgende wijze 3. ..-e5 4. dxe5-Dxe5+ 5. Le2-Lg4 6. f3-Lf5 [-0.12]. Ikzelf prefereer echter Pc6 in verband met stukontwikkeling.
10.   gxf3-Lb4
11.     c3-Lc5
12.     f4-Pd3
13.   Lxd3-Txd3
14.    Ke2-Th3!*3
15.    Le3-Lxe3
16.   fxe3-Pf6
17.    Pd2-Te8
18.    Pf3-Pg4
*2 Zie diagram, in deze stelling hield voornamelijk rekening met 5. Pc3-Lb4 6. Ld2-Lxc3 7. Lxc3 waarna Lg4, e4 (of zelfs exd4 wat ChessGenius oppert) tot de mogelijkheden behoord. Ikzelf had in wits positie 5. Pxe5-Pxe5 6. dxe5-Dxe5 7. Le2. gespeeld, ik ging er echter vanuit dat Hendriks de dames op het bord wilde houden. Hendriks ging uiteindelijk zeer verrassend voor materiaalwinst en speelde daartoe 5. dxe5. Een dubieuze zet, het is namelijk de vraag of de pion überhaupt verdedigbaar is en daarnaast opweegt tegen de ontwikkelingsaanval die zwart kan opzetten.
Wits 7de zet is een ongelukkige, het geeft zwart de gelegenheid om in één zet de stempel op de wedstrijd te drukken. 7. ..-o-o-o+ brengt de koning in veiligheid, betrekt de toren met schaak in het spel en heft de penning van het paard op.
19.   Tag1-Txe3+
20.   Kd2-Texf3
21.   Txg4-g6
22.    Ke2-f5
23.   Pxe2-Txh4?
24.   Kxf3-Th3+
25.    Kg2-Td3
26.    Tf1-Kd7*4
27.  Tf3??-Td2+
28.    Tf2-Txf2+
Vanaf de 7de zet blijft wit veroordeeld tot het voeren van een moeilijke verdediging. Mijn 10de zet had ik nooit gespeelt tegen een computer aangezien deze gewoon 11. Ke1 speelt wat resulteert in tempowinst. Tegen een computer had ik direct 10. Lc5 gezet, doch tegen een mens durfde ik Lb4 wel aan, hopende op het verleidelijke 11. c3. Het deed mij groot genoegen toen c3 ook daadwerkelijk op het bord kwam en daarmee de ontwikkeling van het paard in de weg stond.
*3 Zie diagram, van Bennekom heeft het openingsvoordeel geconsolideerd en speelt in deze stelling het ijzerstere 14. ..-Th3! Na deze subtiele torenzet is, natobene in het middenspel!, de vreemde situatie ontstaan dat wit in een soort tempodwang zit.
29.   Kxf2-Ke6
30.    Ke3-h6
31.     h4-Kf6
32.     a4-g5
33.  fxg5+-hxg5
34.   fxg5-Kxg5
35.     b4-Kg4
36.     c4-Kg3
37.    Ke2-f4
38    opg.
Ter activering van de stukken is wit gedwongen een pion zonder compensatie op te geven. Bij de 20ste zet is de partij gespeelt, met een pion voorsprong en de torens in het achterveld mag zwart de partij uitspelen. Bij de 23ste zet maakt zwart nog een fout, ChessGenius geeft terecht 23. ..-Te3+ 24. Kf2-Txc3 [2.21] als beste voortzetting aan. *4 Bij de 27ste zet stuurt Hendriks aan op torenruil wat de winstvoering vergemakkelijkte.
Met maar twee echte fouten volgens ChessGenius, kan ik tevreden zijn over de partij. Als de wil er is kan ik gelukkig nog met krachtig schaak voor de dag komen.

Auteur: G. van Bennekom  (2003 bytes)