van Bennekom G. (1872) - Lusink C. (1725)
02-12-2002
In de bekercompetitie had het lot mij verbonden met dhr. Lusink. Het betrof een zogenaamde tussenronde, een extra loting na de eerste ronde om tot een totaal van 32 spelers te komen voor aanvang van ronde 2. Aangezien dit de eerste ontmoeting tussen beide was had ik geen referentiekader over hetgeen mij te wachten stond. Door Vleeming was ik terloops op de hoogte gebracht over de kwaliteiten van Chiel Lusink, een sluwe taaie speler zou tegenover mij plaats nemen.
Het toreneindspel
01. d4-Pf6 02. Pd2!?-d5 03. c4-e6 04. Pgf3-Le7 05. Pe5-o-o 06. e3-c5!*1 07. dxc5-Lxc5 |
|
Gezien de relatief hoge rating van mijn tegenstander was ik niet door de 200-puntenregeling verplicht om te winnen in de regeliere wedstrijd. Om door te dringen tot de 2de ronde volstond een remise en winst in de barrage. Desondanks wilde ik het daar niet op laten uitdraaiien.
Onder het mom van "innovatie komt het spel ten goede" koos ik al bij de tweede zet voor een mij onbekende voortzetting. Ik speelde 1. d4-Pf6 2. Pd2!? met het oog op c4, een orginele zet maar meer ook niet, Lusink bleek terecht niet onder de indruk. Helaas bleek ik niet instaat om zwart voor problemen te zetten met als gevolg dat zwart rustig kon doorontwikkelen en de koning buiten gevaar kon rocheren. |
||
08. Pd3-Le7 09. Le2-dxc4 10. Pxc4-Dd5! 11. Pf4-Dxd1+ 12. Lxd1-Pc6 13. o-o-Td8 14. b3-b5*2 |
|
*1 Zie diagram linksboven, de stand na 6 zetten, zwart is perfect uit de opening gekomen. Om toch wat te proberen speelde ik 7. dxc5-Lxc5 om verder te gaan met 8. Pd3!-Le7 9. c5. Twee zetten later durfde ik c5 toch niet aan, ik vermoedde dat de pion een zwak punt zou worden na 9. c5-Pbd7 10. b4-a5 11. La3. Zwarts tiende zet miste ik volledig, het gevolg was dat de stelling definitief omsloeg in zwarts voordeel. *2 Zie diagram, zwart heeft het positionele voordeel vastgehouden en heeft de afgebeelde stelling bereikt. Zwart heeft de regie in handen, wits stelling is fragiel, de paarden kunnen elk moment verdreven worden en daarbij is het loperpaar van wit belabberd gepositioneerd. Ik speelde b3 om ruimte te creëren voor de zwart loper en te komen tot iets te komen wat op tegenspel lijkt. | ||
15. Lf3!-Lb7*3 16. La3!-bxc4 17. Lxe7-Pxe7 18. Lxb7-Tab8 |
|
*3 De stelling enkele zetten later, zwart gaat ten aanval met 14. ..-b5. De beste voortzetting volgens ChessGenius was desondanks 14. ..-e5 15. Ph5-b5 16. Pxf6+-Lxf6 17. Pd2-Lf5 18. e4-Le6 [-0.51]. Het gespeelde 14. ..-b5 is echter ook niet mis, het dwingt wit tot het vinden van een zeer nauwkeurige verdediging. Een kwartier besteedde ik aan de diagramstelling, na 15. Pa3, b2 of d2 volgt 15. ..-e4 en is wit overgelevert aan zwarts pirikelen. De enige speelbare variant in deze stelling is volgens mij 15. Lf3!, hetgeen ChessGenius beaamt. Het betrekt een passieve loper in het spel en houdt het paard op c4 actief. De zet erna speelde ik 16. La3! onder dezelfde motiven, hier geeft het programma echter 16. Lxc7-Lxc6 17. Pe5-Lb7 18. Lb2-Td2 19. Ld4-Tc2 [-0.54] als beste voortzetting aan. Een kwestie van smaak lijkt mij. |
||
19. Lf3-c3!?*4 20. Tac1-Tbc8 21. Tc2-Ped5!? 22. Lxd5-Pxd5 23. Pxd5-Txd5 24. Tfc1-Tdc5*5 25. Kf1-g6 26. Td1-Kg7 |
|
De grootste problemen zijn van tafel, zwart heeft weliswaar nog altijd het initiatief maar de echte serieuze problemen zijn voor wit van de baan. *4 Bij de 19de zet, zie diagram, kan zwart kiezen voor een rustige variant, door 19. ..-cxb3 20. axb3-Txb3 21. Tax7 te spelen waarna de stelling in balans is. Het computerprogramma oppert 19. ..-e5 20. Ph5-Pxh5 21. Lxh5-c3 22. Tac1-Tbc8 23. Tc2-Td7 [-0.66], waarna het nog maar de vraag is of de evaluatie van -0.66 gerechtvaardigd is. Blijkt c3 inderdaad een sterk aanvalswapen of is het schijn en betekend de pion een zwakte voor zwart. Lusink besluit voor een derde variant te kiezen en speelt direct c3. Zwart verspeelt zijn winstkansen door wit de mogelijkheid te geven tot het ruilen der stukken. |
||
27. Ke2-h5*6 28. f4!!-T8c7 29. Td4-Kf6 30. Kd3-e5 31. Tc4-exf4 32. exf4-Txc4 33. bxc4-Kf5 34. g3-h4 35. Txc3-hxg3? |
|
*5 Zie diagram, zwart kampt met een ver doorgeschoven pion, het gevolg is dat zwarts torens op de c-lijn worden gefixeerd. Met nog 35 minuten op de klok is het aan van Bennekom om dit elementaire eindspel tot winst te voeren.
Zwart tracht tegenspel te krijgen over de koningvleugel waar wit opzoek gaat naar pionwinst. *6 Zie diagram linksonder, het plan is om toren d4-c4 te spelen op het moment dat de koning op d3 staat. Ter voorkoming daarvan dient zwart d5 te spelen, vandaar dat ik in deze stelling - waar Chessgenius met het onzinnige Tdc1 [-0.09] komt - 28. f4!! speelde om d5 te pareren. Wit wint in alle varianten een pion, op 28. f4-g5 volgt g3, op 28. ..-d5 volgt 29. fxd5-Txd5 30. Tc4. en tot slot wordt 28. ..-f3 beantwoord met Te7+. |
||
36. hxg3-Kg47 37. Kd4-Kf5 38. Kd5-Kf6 39. Kd6-Te7 40. c5-Te6+ 41. Kc7-Te7+ 42. Kb8*7 |
|
|
Auteur: G. van Bennekom