Venekamp B. (1716) - van Bennekom G. (1872)

17-12-2002

In de reguliere competitie moest ik het opnemen tegen dhr. Venekamp, een confrontatie tussen twee verdedigend ingestelde spelers. De onderling stand was na twee degelijke winstpartijen en een fortuinlijke tijdnoodzege 3-0 in het nadeel van de witspeler. Op voorhand kon na een solide opening een tactisch gevecht verwacht worden, hoe de partij zich daadwerkelijk ontwikkelde is onderstaand weergegeven.

De tijdnoodfase
01.     d4-f5
02.     c4-Pf6
03.    Pc3-e6
04.     e3-Le7
05.    Ld3-o-o
06.   Pge2-d6
07.    o-o-De8*1
De eerste zet van Venekamp uitvoerde was het opspelen van de d-pion, even overwoog ik deze zet te pareren met d5 maar ik koos uiteindelijk toch voor het mij vertrouwde Oud-Hollands. Ik wilde, met het oog op de externe competitie, weten in hoeverre ik nog in staat was om een partij in deze opening naar mijn hand te zetten. Mocht het op een debacle uitdraaien dan werd het misschien wel tijd voor een nieuwe verdediging tegen d4.
Zonder al te veel tijd te verbruiken verschijnen de eerste zetten op het bord, beide spelers weten hoe de opening moet worden aangepakt. Daar waar wit zich richt op een aanval op de damevleugel richt zwart zich op een koningsaanval. De eerste zetten ogen passief, iets wat van twee verdedigers verwacht mag worden. In werkelijkheid is het slechts stilte voor de storm, de stuken worden achter het pionnenfront gepositioneerd ter ondersteuning van de op handen zijnde pionnenstorm. Zie diagram, van Bennekom heeft 7. ..-De8 met het oog op Dh5 gespeelt, Venekamp antwoord terecht met 8. b4 en claimt nog meer terrein op de damevleugel.

08.     b4-Pbd7
09.    Lb2-Pg4
10.     h3-Ph6
11.    Pf4-Ld8
12.    d5!-e5!
13.    Pe6-Tf7*2
14.    Le2-Pf8
15.   Pxd8-Dxd8
16.     c5-f4
Bij de 6de zet speelde ik Pg4!? om plaats te maken voor de zwarte stukke, de wijze waarop in normaliter het paard wegspeel is via h6-Ph7. Ik prefereerde echter Pg4 omdat het ros op h6 redelijk bruikbaar is en het verjagen van het paard een verzwakking van de koningsstelling teweeg brengt.
Bij de 13de zet speelde ik e5!? [-0.31] wetende dat het witte paard maar tijdelijk op het prachtige veld e6, zie linker diagram, kon staan. Fritz 7.0 geeft in deze stelling de voorkeur aan Pe5 [-0.09], ik betwijfel echter of dit wel de beste voortzetting is aangezien zwart na 13. Pxe6 de sterke witte loper moet geven.
17.    Lc1-Pg6?*3
18.   Lh5!-Dg5
19.    Pe4-Dh4
20.     e1-Lf5*4
21.   exf4-Lxf4
22.   Txe4-Taf8
23.   Lxg6-hxg6
24.    Df3-exf4
25.    Ld2-Tf5*5
26.   Tae1-dxc5

*3 Zie linker diagram, op dit moment miste ik de sterkste voortzetting, na 17. ..-Dh5 moet wit de volgende zettenreeks spelen om in de partij te blijven 18. exf4-exf4 19. cxd6-cxd6 20. Te1 of 20. Lf3! in alle andere gevallen is de dreiging Lxh3 wit te machtig. Ik speelde echter 17. ..-Pg6!?? de zet 18. Lh4! die Venekamp speelde heb ik tot mijn spijt volledig gemist. De penning op g6 bleek de angel uit mijn aanval te halen.
*4 Zie diagram linksonder, bij de 20ste zet ging het licht uit, ik speelde 20. ..-Lf5 waar in natuurlijk20. ..-fxe3 [0.34] had moesten spelen waarna ik het initiatief had gehouden.

27.    Te8-Tf7
28.   bxc5-Dh5
29.  Txf8+-Txf8
30.    Db3-Kh7
31.   Dxb7-f3
32.   Dxc7-Pf5*6
33.    Df4-fxg2
34.    Dg4-Dh4
35.    Lg5-Dxg4
36.   hxg4-Pd4
37.   Kxg2-Pf3
38.  Le7??-Pxe1+
39.    Kf1-Tf7
40. Kxe1??-Txe7+
41.   tijd
Zie diagram rechtsboven, de stelling na de 25ste zet van wit, hoezeer zwart ook in de verdrukking staat volgens Fritz 7.0 kan zwart hier een gelijke stelling behalen na 25. ..-g5!, zwarts pionnen vormen zoveel druk dat wit genoodzaakt is zich te schikken in remise.
In de werkelijke partij kwam van Bennekom vanaf zet 26 niet meer uit de problemen, Venekamp bood bij de 28ste zet, waarschijnlijk i.v.m. tijdnood, verrassend remise aan. Daarmee zette Venekamp mij voor een verschrikkelijk dilemma, qua stelling is het een zeer genereus aanbod, alleen met het oog op het kampioenschap had ik er niets aan, al mijn concurrenten hadden immers al gewonnen. Gedesillusioneerd verwierp ik het aanbod en zag de stelling in een rap tempo verslechteren, daarnaast zag ik ook dat de vlag van mijn tegenstander steeds horizontaler kwam te staan. Uiteindelijk overschreed wit bij de 40ste zet de bedenktijd en wist ik maar al te goed dat het geluk aan mijn zijde stond, de rechtonder weergegeven stelling is met voldoende bedenktijd voor wit volledig uit.

Auteur: G. van Bennekom