van Bennekom G. (1872) - Elfring R. (1455)
13-01-2003
In de tweede ronde van de bekercompetitie had het lot mij verbonden met mevr. Elfring, de rapidkampioene van het jaar '98-99. Op het internet had ik met de zwarte stukken enige ervaring had opgedaan met het vreemde 1. ..-f6 2. ..-Kf7, wat leidt tot dubieus maar frivool spel. Op voorhand was ik gewaarschuwd voor de slagkracht van deze vrouw desondanks durfde ik het, vertrouwend op mijn internetervaring, aan om met de witte koning al vroeg in de opening op stap te gaan.
De wandelkoning
01. f3-e6 02. Kf2!?-Pc6*1 03. b3-Df6 04. Pc3-Lc5+ 05. e3-Pe5 06. d4-Pg4+ 07. Ke2-Lb4*1 |
|
Om te komen tot een enerverende dynamische stelling, opende ik met 1. f3, zwart antwoordde met e6. Achter het bord vond ik de weerlegging van zwarts eerste zet, zoals Vleeming achteraf mededeelde, zie diagram ik speelde namelijk het sterke 2. Kf2! Zoals te verwachten viel had mevr. Elfring deze variant nimmer op het bord gehad, zodoende had ik tenminste nog enige compensatie voor de vrijwillige verzwakking.
Na 2. ..-Pc6 verzonk ik in denk gepeins, hoe diende ik de huidige stelling te hanteren? Kon ik mijn heil zoeken in een koningsaanval (g4, h4) of was dat te riskant en was een aanval over de damevleugel een beter plan. Een kwartier later was ik er nog altijd niet uit en speelde ik 3. b3 om beide mogelijkheden open te houden. |
||
08. Pe4?-Df5?*2 09. c3!?-Db5 10. c4?-Dc6 11. a3-Le7 12. Lb2-P4f6 13. Pc3-b6 14. Kf2-Ph6 15. Pge2-o-o 16. e4-Td8 |
| Zie linker diagram, bij de 8ste zet maakte ik mijn eerste grove fout, ik speelde het voor de hand liggende 8. Pe4, dit is echter niet de zet om te proviteren van de povere positionering van zwarts stukken. Na 8. ..-Dh4 9. a3-Le7 10. g3-Dh5 11. Lb2-P4f6 12. Kf2-d5 [-0.03] is er geen vuiltje aan de lucht voor zwart, de winnende voortzetting was derhalve 8. Pb4!
Evenals wit miste zwart bij de 8ste zet de sterkste voortzetting en speelde in plaats 8. ..-Dh4 [0.03] het zwakke 8. ..-Df5 [2.21]. Nu zijn er twee varianten die een stuk winnen de meest voor de hand liggende 9. Pg3 verwierp ik na een klein kwartier denken omdat ik dacht dat ik na 9. c3-Db5+ 10. c4-Dh4 11. Pg3 nog steviger in de schoenen stond, tot mijn grote spijt overzag ik 10. ..-Dc6!. Het schaakprogramma geeft aan dat de gekozen variant ook stukwinst opleverd mits het droge 10. Kd2! gespeeld wordt. |
||
17. g4-Phxg4+!?*3 18. fxg4-Pxg4+ 19. Kf3-h5 |
|
Op de 17de zet weidde ik wederom een klein kwartier aan de stelling, zwart dreigt het centrum open te breken met d5, waarna de witte koning een aantrekkelijk aanvalsdoel wordt. Wit kan na d5 het centrum gesloten houden door d5 niet te slaan op d5 maar de pion door te schuiven en daarmee het paard op f6 aan te vallen. Tenslotte speelde ik 17. g4 na Lc1 en Pg3 verworpen te hebben, omdat ik na enige tijd inzag dat ik na 17. g4-Pe8 natuurlijk ook zelf d5 kon spelen en daarmee het centrum gesloten kon houden!
Zie linker diagram, alsof het de gewoonste zaak van de wereld betrof, plofte zwart het paard op g4 neer. In eerste instantie was hier zeer content mee, niet alleen omdat het mij stukwinst opleverde maar ook omdat de stelling weer aantrekkelijker werd. In tweede instantie vond ik het paardoffer echter steeds sterker worden en begon ik toch iets van angst te voelen. |
||
20. Lh3-f5*4 21. Lxg4-fxg4+ 22. Kd3-Tf8 23. Tf1-Lg5+ 24. Kd3-Lb7 25. d5-Dd6*5 26. Pg3-g6 27. Pb5-Dc5 28. Ld4-De7 29. De2-e5 |
|
| ||
30. Le3-Lxe3 31. Dxe3-Tf7 32. Tcf7-Dxf7*6 33. Tf1-Dg7 34. Dg5-d6 35. Tf6-Tf8 36. Txf6-Tf3+ 37. Ke2-Dxb6 38. Dxb6-Kf8 39. Pxc7-Txb3 40. Pf5-Tb2+ 41. Kd1-Txh2 42. Pe6++*7 |
|
|
Auteur: G. van Bennekom