van Bennekom G. (1872) - Wolters J. (1512)

03-02-2003

In de interne competitie moest ik het opnemen tegen dhr. Wolters een voor mij onbekende tegenstander. Van Vleeming vernam ik dat hij veel openingskennis had en een sterk middenspel bezat maar dat hij naarmate de partij vorderde vaak in tijdnood kwam. Dat Wolters het schaakspel verstond wist ik doordat ik vorig jaar had gezien toen hij de regerend clubkampioen genadig met remie liet wegkomen.

Een zenuwslopend gevecht!
01.     f3-e5
02.    Kf2-d5
03.     e3-Pf6
04.    Le2-c5
05.     d3-Pc6
06.     c3-Ld6*1
Voor aanvang van het seizoen had ik gezegd dat ik experimenteel spel wilde etaleren. Na mijn blamage van vorige week toen ik weer eens verloren uit de opening kwam, de ingrediënten waren aanwezig om van de geijkte paden af te wijken . Ik vond het de hoogste tijd voor een Koningsavontuur.
Beide heren namen goed de tijd voor de zetten met als gevolg dat er na ruim drie kwartier amper zes zetten op het bord waren verschenen. Zwart heeft zoals te verwachten viel het centrum in handen, wits tactiek berust op het gesloten houden van het centrum en indien mogelijk via h4 en g4 aansturen op een aanval op de vijandelijk koning. Zwart tracht wit via het centrum van het bord te drukken en/of via de koningsvleugel op wint te spelen. *1 Zie diagram, het eerste peniebele moment ik speelde 7. Pa3 (op weg naar c2) positioneel staat wit natuurlijk slecht. Wolters speelde net als ChessGenius prefereert 7. ..-0-0 [-0.75].
07.    Pa3-0-0
08.    Pc2-Pd7*2
09.     e4-Pe7
10.    Pe3-Pf6
11.     g4-dxe4
12.   dxe4-Pg6
*2 Zie linker diagram, bij de 8ste zet werd Pd7 gespeelt. Het idee is natuurlijk het mogelijk maken van f5, veel sterker was echter 7. ..-Ph5! Deze zet laat eveneens f5 toe maar houdt de witte-loperlijn open en dreigt Dh4+ [-0.84]. Om het scala aan dreigingen enigszins het hoofd te kunnen bieden speelde ik 9. e4 [-0.48] het schept ruimte voor de stukken en oefent wat tegendruk in het centrum uit.
Langzaam maar zeker komt wit uit de zwarts houdgreep, wit krijgt steeds meer ruimte. De stelling na zwarts twaalfde zet is volgens ChessGenius volledig in evenwicht 13. Pf5 [-0.06]. In deze fase van de strijd hadden beide spelers al ruim een uur bedenktijd per persoon verbruikt.
13.    Pc4-Pxe4+!!?*3
14.   fxe4-Dh4+
*3 Zie diagram, in deze stelling vreesde ik maar één zet en dat 13. ..-Pxe4+. De computer ziet deze zet als een blunder maar ik zag die zet met angst tegemoet. Op elke normale zet van zwart had ik mijn stelling minimaal kunnen consolideren, maar het paardoffer vraagt om helder tegenspel. Makkelijk te vinden voor een programma maar voor mijzelf geenszins. Na ruim twee uur allemaal mooie varianten voor zwart doorgerekend te hebben, hoopte ik op enkele rustige zetten van zwart. Toen Wolters ook daadwerkelijk 13. ..-Pxe4 speelde vreesde ik het ergste, ik nam 20 minuten de tijd voor de 14de en 15de zet. Toen ik de 15de zet doorrekende had ik primair zitten rekenen met 15. ..-Le7 of c7 waarna ik gelijk 16. h3 zou hebben gespeelt en daarmee zwarts buiten spel zet. Zodra Wolters 15. ..-Le7 of c7 zou spelen wist ik dat de winst binnen was, echter ik vreesde voor een agressievere zet en die kwam ook.
15.    Kg2-f5!??*4
16.  Ld2??-fxe4
17.    De1-Df6
18.     h4-pf4+
19.   Lxf4-exf4
20.    Pf3-exf3+
21.   Lxg4-Pxd6
22.  Lxf3+-Kxf3
*4Zie diagram, Wolters speelt hier 15. ..-f5!??. Nu ik de diagram eens rustig kan bekijken zie ik dat zwart niets kan beginnen na 16. Pxd6-fxe4 17. Dd5+-Kh8 18. Pf7+-Txf7 19. Dxf7 [+véél]. Op het moment speelden echter andere omstandigheden een grote factor van betekenis. Op het moment van spelen stond mijn klok net boven de 15 minuten, Wolters klok nipt onder de 10 minuten. De tijdnoodfase drong zich op, doch belangrijker ik had een ruime drie uur enkel aanvalsspel voor zwart kunnen ontdekken. Wat het vertrouwen van de witspeler niet te goede kwam. Ik vreesde dat ik mat ging wanneer ik 16. Pxd6-fxe4 toeliet. Ik vermoedde dat de open torenlijn, plus de pionnen, Dame en stukken die op mijn koning gericht stonden mijn koning wel mat konden zetten. Enfin helemaal murw gespeeld plaatste ik op de 16de zet de loper op d2 met het idee Le3 waarna het loperpaar de essentiële velden beschermen en ik een stuk tegen twee pionnen voor blijf staan.
23.   Kxf3-Dxd6(=)*5
24.    Td1-Dc6+
25.    De4-Dh6
26.   Dd5+-Kh8
27.     h5-Tae8
28.    Td3-Te3+
29.   Txe3-fxe3+
30.    Ke2-Tf2+
30.    Ke1-Df6
31.   gxf4-Tg7+
32.   Dxb7-Df8
33.   Dxa7-Txb2
34.    Tf1-Dd8
35.    Dd7-tijd*6
Bij de 23ste zet in wederzijdse tijdnood stelde Wolters remise voor. De stelling waarbij hij het remiseaanbod deed is links weergegeven. Een geschenk uit de hemel ware het dat ik het domweg niet kon aannemen als ik mijzelf tot de kanshebbers op het kampioenschap wilde blijven rekenen. Ik sloeg het aanbod af en speelde door tot het bittere eind.
Met nog drie seconden op de klok speelde ik 35. Dd7, wat de laatste seconden van zwart deed wegtikken. Ik geeft toe dat het niet netjes is om een persoon door de klok te drukken, het zijn echter wel de regels. In de stolstelling, rechts weergegeven kan zwart via Dh4+ mat in 9 geven.

Auteur: G. van Bennekom