van Bennekom G. (1872) - Meek A. (1789)

10-02-2003

In de thuiswedstrijd tegen ESGOO had ik verwacht mij met wit te mogen revancheren tegen dhr. Anjewierden. De teamleider van Esgoo had echter dhr. Meek op het eerste bord geplaatst, zodoende kon ik mij niet wreken voor de twee matige zwartpartijen mijnerzijds. Dat dhr. Meek eveneens de kunst van het schaken volstond werd al snel duidelijk. Vol goede moed opende ik de partij met het opspelen van de e-pion, dhr Meek antwoordde met 1. ..-e6, mij verward achterlatend. Op het internet had ik hetgeen wel eens gezien, doch dat deze opening ook in officiële wedstrijden gespeeld werd had ik niet gedacht. Enfin het was weer eens zover, van Bennekom bevond zich direct na de opening weer op onbekend terrein.

van Bennekoms eerste Franse partij
01.     e4-e6
02.     d4-d5*1
03.   exd5-exd5
04.    Pc3-Lb4
05.    Pf3-Lg4
06.    Dd3-Pc6
07.    Le2-Pge7
Zie diagram, de beginstelling van het Frans! Ik weidde ruim 10 minuten aan mijn derde zet en concludeerde dat zwart na 3. e5-c5 te veel druk op de d-pion kon uitoefenen, ik koos daarom voor het kalmere 3. exd4.
Dr. M. Euwe schrijft in zijn Volledige handleiding voor het schaakspel dat de door mij gevolgde voortzetting bekend staat als de ruil-variant, wat leidt tot volkomen gelijk spel met weinig kans op verwikkelingen. Euwe geeft als meest gangbare voortzetting "de klassieke voortzetting" ofwel 3. Pc3-Pf6 4. Lg5-Le7 5. e5-Pd7 6. Lxe7-Dxe7, zie rechter diagram, waarna Euwe 7. a6 aanbeveelt.
08.    Le3-Pf5*2
09.     h3-Pxe3
10.  Dxe3+-Le6
11.    Lb5-0-0
12.     a3-Ld6
13.  Lxc6?-bxc6
14.    Pe5-Df6
Ondanks het feit dat de opening mij onbekend was bleek dhr. Meek als eerste van de theorie af te wijken, op de 5de zet schrijft ChessGenius 5. ..-Pge7 als de theoretische variant voor, waar Lg4 gespeeld werd. Van Bennekoms zesde zet Dd3 werd gespeeld om de druk op de paarden te verminderen, het bijkomende probleem is echter dat de dame blijft 'hangen' in het centrum. Een tweede dubieuze zet speelde wit twee zetten later toen de zwarte loper op d3 werd geplaatst. Het computerprogramma had graag 8. Lg5 [-0.03] gezien, zwart maakt goed gebruik van wits passiviteit door 8. ..-Pf5!? te spelen. De witspeler had, evenals ChessGenius, gerekend op 8. ..-0-0 9. 0-0-0, waarna een interessante strijd over twee vleugels in aanmerking komt. Rond de tiende zet is wit zijn openingsvoordeel kwijt en nemen zwarts aanvalskansen steeds serieuzere vormen aan.
15.    0-0-c5*3
16.     f4-cxd4
17.   Dxd4-c5
18.    Df2-d4
19.    Pe4-De7
20.   Pxd6-Dxd6
21.     b3-a5
22.   Tad1-Ld5
23.    Pg4-Tfe8
Op de 13de zet maakt wit een fundamentele fout, door te slaan op d6 waarna wit een machtig loperpaar tegenover zich heeft staan. De witspeler ging er vanuit dat de bres in zwarts pionnenstructuur enige aanknopingsmogelijkheden zou verschaffen. In wezen blijkt de dubbelpion zwart alleen maar in de hand te werken, het verschaft dhr Meek een halfopen lijn en verstevigd het centrumoverwicht na c5. *3Zie diagram, bij de 15de zet had ik het gevaar kunnen weren door 15. Pxc6-Tfe8 16. Pe5-Lxe5 17. dxe5-Dg6 18. Df3-Dxc2 19. Pxd5 [-0.21] te spelen. De dreiging op c6 was ook het originele plan waartoe ik 14. Pe5 speelde. Met deze zet hoopte ik één der lopers te kunnen afruilen, toen dhr. Meek vervolgde met 16. ..-Df6 werd mij de dreiging Tfe8 toch te machtig en week ik af van het plan door te rokeren. Zowel op de 15de als op de 16de zet geeft het programma toch Pc6 als beste voortzetting voor wit aan.
24.     b4-Lc4
25.   bxc5-Dxc5
26.   Tfe1-Txe1+
27.   Txe1-Td8
28.    Td1?-Dxa3
29.     f5-f6
30.    Df4-Le2
31.    Dc7-Dd6
32.   Dxd6-Txd6
33.    Td2-Lxg4?*4
34.   hxg4-Kf7
In het verloop van de strijd consolideert dhr. Meek het positionele voordeel en verleidt van Bennekom tot het maken van een fout, die zich op de 28ste zet ook voordoet. Wit speelt hier 28. Td1? veronderstellende dat 28. ..-Dxa3 niet kan in verband met 29. Txd4, een kwalijke fout aangezien 29. Txd4 weerlegd wordt door het simpele 29. ..-Da1+. De juiste voortzetting aldus ChessGenius was 28. c3-f6 29. cxd4-Dxa3 30. Pe3-Ld3 31. d5-Dc3 32. Tc1 [-0.51], waarna zwart het beste van het spel blijft hebben.
Rond de 30ste zet ziet het er somber uit voor wit, om toch ergens tegenkansen te creëren poogt van Bennekom via f4-f5 los te komen. Terwijl de klok van wit angstig dichtbij de 5-minutengrens komt verschijnt de diagramstelling op het bord. Zwart kan het zich veroorloven om ruim de tijd te nemen, na 33. ..-Lb5 ligt de winst voor het oprapen. Desondanks speelde dhr. Meek 33. ..-Lxg4? veronderstellende dat het toreneindspel simpel gewonnen is mede door de tijdsdruk waar wit mee te kampen heeft.
35.    Kf2-Ke7
36.    Td3-a4!??
37.    Ke2-Td5
38.    Ta3!-Te5+*5
39.    Kd2-Te4
40.   Txa4-Txg4
41.    Kd3-Tg3+
42.    Ke4-Txg2
*5Zie diagram, na ruim drie uur spelen komt dan eindelijk dat deel van het schaakspel aan de orde waarin wit zich in zijn element voelt. Het gebrek aan openingskennis in combinatie met een niet al te sterk middenspel compenseert van Bennekom met een sterk eindspel.
Op de 38ste zet speelt van Bennekom Ta3! en niet het voor de hand liggende Kf3 waarna Kd6 volgt en de zwarte koning te actief wordt. In het vervolg speelt wit in overeenstemming met ChessGenius naar remise, al wil het programma op de 48ste zet Tg2 zien, een kwestie van smaak. Naar mijn idee laat dhr. Meek de laatste winstkans liggen bij diens 44ste zet. Wil zwart op winst spelen dan is natuurlijk 44. ..-h5 de zet om te spelen, het gespeelde 44. ..-Txc2 is een sollicitatie voor remise.
43.   Ta7+-Kd6
44.   Kxd4-Txc2!?
45.   Txg7-Tc7
46.    Tg8-Tf7
47.   Td8+-Td7
48.    Th8-Kc6+
49.    Kc4-Kd6
50.    Kd4-½-½*6
*6De slotstelling is in de linkerdiagram weergegeven, zwart kan bij correct spel van wit niet tot winst komen. Tot mijn vergenoegen bood zwart remise aan, hetgeen ik met nog 1 minuut 42 op de klok maar al te graag aannam.

Auteur: G. van Bennekom