van Bennekom G. (1872) - Poelsma J. (1876)

17-02-2003

In de interne competitie mocht de huidige koploper het opnemen tegen dhr. Poelsma. Aangezien ik in de vorige ontmoetting de clubkampioen met zwart aan de rand van de afgrond had gebracht, verwachtte ik snel remise overeen te kunnen komen. Het was mij echter ontgaan dat dhr. Poelsma, wilde hij zijn titel succesvol verdedigen, zich eigenlijk geen remise tegen mij kon permiteren.

van Bennekom speelt het Siciliaans vierpaardenspel precies zoals het niet hoort!
01.     e4-c5
02.    Nf3-Nc6
03.     d4-cxd4
04.   Nxd4-Nf6
05.  Nxc6?-bxc6*1
06.    Bd3-g6
Zie diagram, de stelling die na vier zetten op het bord verscheen. Zonder dat ik er erg in had wordt een theoretische variant gevolgd die bekend staat onder de naam "vierpaardenspel". Ik vervolgde met het zwakke 5. Pxc6, waarmee wit het initiatief gelijk uit handen geeft.
Dr. M. Euwe schrijft in zijn Volledige handleiding voor het schaakspel dat wit het vierpaardenspel het beste voortzet met 5. Pc3-g6 6. Pdb5. Theoretische kennis kan toch wel makkelijk zijn, op 6. Pdb5! zou ik namelijk nimmer gekomen zijn, de steling die dan bereikt wordt is recht afgebeeld.
07.    Nc3-Bg7
08.    O-O-O-O
09.    Bc4-d6
10.     h3-Nd7*2
11.    Be3-Nb6
12.    Bb3-a5
Terwijl van Bennekom veel tijd voor de zetten verbruikt om de stelling weer in evenwicht te brengen speelt Poelsma de openingszetten a tempo. Voor de 10de zet, zie diagram, neemt de clubkampioen ruim de tijd. Ik had gerekend op 10. ..-Pxe4 maar zwart speelt hier het in mijn ogen sterkere Pd7. Het paard is opweg naar wits damevleugel om daar te assisteren in een aanval over de halfopen b-lijn. Wit antwoord met Le3 hopende dat zwart ingaat op de verzwakking van de pionnenstructuur na 11. ..-Lxc3 12. bxc3 waarna wit de damevleugel voldoende kan controleren, zwart zwicht echter niet en speelt 11. ..-Pb6.
Volgens ChessGenius maakt wit op de twaalfde zet een tactische fout door de loper naar b3 terug te trekken in plaats van e2, volgens het programmaspeelt wit goed mee na 12. Le2-c5 13. Dd2-Le6 14. b3-Dc7 15. Tad1-Dc6 [-0.12].
13.   Na4?-Nxa4*3
14.   Bxa4-Ba6
15.    Re1-Bxb2
16.    Rb1-Bc3
17.    Bb6-Qd7
18.    Re3-Be5
19.    Bd4-Bxd4
20.   Qxd4-Bb5
21.   Bxb5-cxb5
22.   Reb3-Qc6
Op de 13de zet besluit van Bennekom tot een pionoffer teneinde onder de druk vandaan te komen. *3Zie diagram, wit speelt 13. Pa4? [-0.63], waar 13. Dd2-La6 14. Tfd1-Pc4 15. Lxc4-Lxc4 16. b3 [-0.33] goed speelbaar was.
Vanaf de 14de tot aan de 20ste zet verschijnt een prachtig loperspel op het bord, in deze fase van de strijd beheersen de raadsheren van beide kampen het bord volledig. Door beide spelers worden in deze fase geen noemenswaardige kansen gemist, op de 18de zet krijgt wit eindelijk compensatie voor de geofferde pion middels Te3.
Al na 22 zetten wordt het eindspel ingezet, op dat moment staat wit een pion achter maar heeft compensatie op de damevleugel. Met nog ruim een half uur op de klok dacht van Bennekom dat remise binnen handbereik was.
23.    Rc3-Qd7*4
24.   Rcb3-Rfc8
25.   Rxb5-Rxc2
26.    Qa4-Qc8
27.   Rxa5-Rxa5
28.   Qxa5-Rc1+
29.   Rxc1-Qxc1+
30.    Kh2-Qf4+
31.    Kg1-Qxe4
32.     a4-d5
*4 Zie linker diagram, de beste voortzetting was 23. Txb5-Dxc2 24. T5b2-Dc8 25. Tb7-De6 26. Dd5 [-0.60] waarna wit de aanval middels een toren op de zevende rij overhoudt. In de diagramstelling bood wit remise aan na 23. Tc3 [-0.93]. De clubkampioen verzonk in diep gepijns en besloot na 10 minuten door te spelen via 23. ..-Dd7. Enkele zetten later mistte Poelsma het sterke 26. ..-Dc7, door Dc8 te spelen staat zwart onnodig toe dat wit een sterke vrijpion creert.
Na dertig zetten resteerd een ingewikkeld dame-eindspel waarin wit een pion achterstaat. beide heren beschikken in deze fase van de strijd over een kleine twintig minuten. Voor de 33ste zet reserveerd wit een kleine tien minuten, *5zie volgend diagram. Wat dient wit nu te spelen 33. Dd2 of Dd8+?? Een moeilijke keuze, ikzelf en ChessGenius prefereren Dd2, waar Poelsma en Vleeming de voorkeur geven aan Dd8+.
33.    Qd2-d4*5
34.     a5-d3
35.    Kf1-Qd4
36.     f3-f5
37.     a6-Qa1+
38.    Kf2-Qxa6
39.    Ke3-e5
40.   Qxd3-Qxd3+
41.   Kxd3-Kf7
42.    Kc4-Ke6
43.    Kc5-h5
44.    Kc4-g5
Wellicht is Dd8 het sterkste na 33. Dd8+-Kg7 34. a5-h5 35. a6-De1+ 37. Kh2-De5+ 38. g3-Df6 [-0.66] weet wit met behoud van de dames de gevaarlijke d-pion te ruilen en lijkt remise aannemelijk.
In het verloop van de partij weet van Bennekom het niet klaar te spelen om de vrijpionnen tegen elkaar af te spelen en beland in een verloren pionnen eindspel. Bij de 44ste zet duikt wit onder de 5 minutengrens en lijkt het einde nabij. Wellicht opgejaagd door het snelle speeltempo van wit maakt Poelsma het eerste foutje op zet 46, het gespeelde f4 maakt het karwei nog knap lastig waar e4 direct een vrijpion opleverd. *6Zie rechter diagram, de stelling blijft desondank glad gewonnen omdat wit ten alle tijden in tempodwang komt, zwart heeft namelijk altijd h4 achter de hand.
45.    Kc3-Kd5
46.    Kd3-f4*6
47.    Kd2-Kd4
48.    Ke2-Kc3
49.    Ke1-Kd3
50.    Kd1-e4
51.   fxe4-Kxe4
52.    Ke2-g4
53.   hxg4-hxg4
54.    Kf2-Kd3
55.    Ke1-Ke3
56.    Kf1-Kd2*7
         ½-½
*7Op het moment dat er drie minuten op wits klok resteerde zag Poelsma nog altijd geen kans om te winnen en veranderde van tactiek. Een tactiek die ik kon begrijpen, met een pion voorsprong besloot Poelsma wit door de tijd te drukken.
Zie diagram, zwart kan mat in 8 geven! Tegen 56. ..-g3!! valt niets te beginnen, 58. Kf1-Kd2 59. Kg1-Ke2 60. Kh1-f3 61. gxf3-Kf2 62.f4-g2+ 63. Kh2-g1D 64. Kh3-Dg3++. Meegevoerd door wits tempo verloor zwart een zet of 25 later zelfs beide pionnen, waarna wit met 10 seconden op de klok opgelucht remise claimde.

Auteur: G. van Bennekom