Eberz S. (1457) - van Bennekom G. (1872)
17-03-2003
In de kwartfinale van de beker wachtte dhr. Eberz. De vorige ronde had ik in een redelijk correcte partij dhr. Zürcher verslagen na 1. f3 2. Kf2, tevreden over de gang van zaken in die partij dorstte ik het aan om in deze partij met de zwarte koning aan de wandel te gaan. Wederom was van Bennekom door de 200-puntenregeling verplicht te winnen. Het resulteerde in de volgende attractieve partij, ...
Een echte koningsaanval!
01. e4-f6 02. Nf3-Kf7 03. d4-e6*1 04. c3-Ne7 05. Qb3-c6 06. c4-d5 |
| Geïnspireerd door talloze partijen van grootmeesters waarin de grootste lof werd uitgesproken over de koningsaanval van de winnaar besloot ikzelf ook eens tot een koningsaanval over te gaan.
*1 Zie diagram, wellicht heeft van Bennekom het concept "koningsaanval" niet volledig begrepen! Hoe het ook zei, de koning staat op f7 en het wachten is op de aanval van wit, het enige wat van Bennekom kan doen is trachten een solide verdediging op te werpen. Dhr. Eberz vervolgt met 4. c3!?, wil wit de c-pion opspelen dan lijkt mij c4 een stuk sterker. Wit voert de druk op door de dame vroeg in het spel te brengen en vervolgens via c4, Pc3 te pressen in het centrum. In deze fase van de strijd zijn alle stukken van zwart gericht op het verdedigen van de centrumpion d5. Zwart kampt met inferieure stelling doch een direct winnende voortzetting is voor wit nog niet te vinden. |
07. Nc3-dxc4*2 08. Bxc4-b5 09. Be2-a5 10. e5-Nd5 11. Nxd5-Qxd5 12. Qxd5-Bb4+ |
|
*2 Zie diagram, de situatie na 7. Pc3, zwart staat op zijn zachtst uitgedrukt "ongemakkelijk". ChessGenius denkt daar anders over, het programma vindt zwart gelijk staan na, 7. ..-dxe4 8. Pxe4-Pf5 9. Dd3-Lb4+ [-0.03!]. Een mooi voorbeeld van het feit dat schaakprogramma's pure rekenaars zijn en geen gevoel voor stelling hebben.
Aan de achtste zet weidde van Bennekom een kleine tien minuten aan de stelling, hoe kon tegenspel worden verkregen!? Van de drie varianten Pg6, Db6 of b5 koos van Bennekom de laatste en tevens dubieuste, na 8. ..-b5 wordt c6 vroeg of laat een bron van problemen. Op de 10de zet speelde dhr. Eberz e5 waarna de zwartspeler de gelegenheid ten baat nam om verscheidene stukken van het bord te ruilen. Volgens het schaakprogramma kon zwart de stukken beter op het bord houden. |
13. Bd2-Bxd2+ 14. Nxd2-exd5 15. f4-Na6 16. Rc1-Bd7 17. O-O-Nc7 18. Nb3-f5*3 |
|
In het verdere verloop van de wedstrijd weet zwart zich niet onder de druk vandaan te spelen, wit krijgt daarentegen niets cadeau. Op de 18de zet maakt dhr. Eberz een onsecuriteit, zeer sterk is 18. f4. *3 Zie diagram, ter voorkoming van de genoemde dreiging speelde van Bennekom zelf 18. ..-f4. Vanaf de 20ste zet begon de zwartspeler te geloven in een goede afloop, wit heeft tot dan toe nog geen dodelijke aanval gelanceerd en het materiaal verdwijnt gestaag van het bord richting het eindspel, het sterkere punt van zwart. Gezegd moet worden dat wit uiteraard tot dan toe prachtig staat. De centrale spil in zwarts kamp is zondermeer de Koning, in het begin van de partij een bron van problemen in het middenspel sterk meeverdedigend. Vanaf de 25de zet gaat de Koning een aanvallende rol innemen. |
19. Nc5-Ke7 20. Bf3-Ne6 21. Nxe6-Kxe6 22. Rc2-Rhg8 23. g4-Rac8 24. Rg2-g6 25. Kh1-Rc7 |
|
*4 Zie diagram, de afronding van zwarts koningsaanval, van Bennekom speelde 28. ..-Kxf4! Na alle trammelant is het dan toch de koning die een pion weet te snoepen! Misschien is het wel interessant om te kijken hoe ChessGenius de stand evalueert, het programma beaamt 28. Lg5+-Kxf4 29. e9-Le8 maar wijkt op de 30ste af met de volgende variant: zet 30. e7-Tb8 31. Te2-Kg5 32. Te5+-Kf6 33. Tf1+-Kg7 [0.45]. Het programma vindt wit dus voordelig staan ondanks de pion achterstand, zelfs nadat de zwarte koning weer veilig op g7 staat. Desalniettemin is de stelling écht gewonnen, wanneer mens en computer de krachten bundelen blijkt de winnende voortzetting als volgt te lopen: 30. e7-Tb8 31. Te2-Tbb7 32. Le6!!-Txe7 33. Te5!-Txe6 34. Txe6-Ld7 35. Te7-Lc8 36. Tf1+ [1.24] Wat resteerd is een verloren eindspel waarin een toren het opneemt tegen een inferieure loper. |
26. Rfg1-Rgc8 27. gxf5+-Kxf5 28. Bg4+-Kxf4*4 29. e6-Be8 30. Re1-a4 31. Bh3-c5? 32. Rf2+?-Kg5*5 |
|
*5 Zie diagram, Eberz mist hier jammerlijk een mat in 4 combinatie. De winnende zet is 32. Tg4+!! zwart kan vervolgen met 32. ..-Kf3 of Kf5. Op de eerste variant volgt 33. Kg1!-Te7 34. Th4!-g5 35. Lg2# Op de tweede variant volgt: 33. Tf1+-Kxe6 34. Te4+!-Kd6 35. Tf6# In plaats van het winnende schaakje op g4 speelde dhr. Eberz het verkeerde schaakje op f2 waarna de zwarte koning met een pion op zak ongestoord terug kan lopen.
Op de 38ste zet dacht zwart 3 minuten na over 38. ..-Texe7, hetgeen een tweede pion en daarmee de wedstrijd wint. De zwartspeler kreeg de schrik van zijn leven toen hij besefte dat de verkeerde toren in de hand had genomen, beduusd sloeg van Bennekom toch maar de pion. 33. e7-Rb8 34. Re5+-Kh6 35. Rc2-c4 36. Bg2-Bc6 37. Rf2-Re8 38. Bxd5-Rcxe7?? 39. Bxc6-Rxe5 40. dxe5-Rxe5 41. a3-Rc5 42. Bd7-c3 43. Rc2-Rd5 44. Bc6-Rd1+ 45. Kg2-Rd2+ volgde waarna wit om duistere redenen in een gewonnen stand capituleerde! |
Auteur: G. van Bennekom