van Bennekom G. (1872) - Lucassen E. (1668)

24-03-2003

In de externe competitie mocht Stokhorst-I op eigen terrein Almelo-II verwelkomen. De uitwedstrijd was in mijn afwezigheid met 5-3 verloren gegaan, wellicht dat Stokhorst-I op eigen bodem voor revanche kon zorgen. Door het matige optreden in de externe wedstrijden stond van Bennekom nog altijd op rating-verlies. Bij winst zou de knsb-teller eindelijk eens positief komen te staan, van Bennekom begon daardoor zeer gemotiveerd aan zijn partij tegen dhr. Lucassen.

Een typische Van Bennekom
01.     e4-e5
02.    Nf3-Nc6
03.    Bc4-Nf6
04.    Nc3-d6?
05.    d3?-Be7*1
06.    Be3-Bg4
07.     h3-Bh5
08.    Nd5-Na5
Over het verloop van de eerste zetten was ik zeer te spreken. Ik had erop gerekend dat dhr. Lucassen na 4. Pc3 zou nemen op e4 waarna 5. Pxe4-d4 6. Ld3-dxe4 7. Lxe4 gekomen wordt tot levendig spel. In plaats van daarvan speelde zwart 4. ..-d6 a tempo. *2 Zie diagram, het vervolg Lg5 leek mij zo sterk dat er wel een addertje onder het gras moest zitten ik weidde een half uur aan de stelling om te kijken wat er na 5. Pg5 allemaal tot de mogelijkheden behoorde. Ik kwam tot twee hoofdvarianten; de eerste was 5. Pg5-d5 6. exd5-Pxd5 7. Pxd5??-Dxg5 8. Pxc7+-Kd8 9. Pxa8-Dxg2 waarna zwart een zeer sterke aanval overhoudt.
09.  Nxf6+-Bxf6
10.    Bb3-Nxb3
11.   axb3-a6
12.     g4-Bg6
13.    Qd2-h6
14. O-O-O?-Qd7*2
15.   Rdg1-a5
16.     h4-a4
Na de partij attendeerde Vleeming mij op het ijzersterke 7. Pxf7!! De tweede en volgens de computer de correcte voortzetting, was: 5. Pg5-d5 6. exd5-Pa5 7. Lb5+-c6 8. dxc6-bxc6 9. La4-Lg4 [0.63], waarna ik zwarts lopers te sterk vond worden. Deze variant is rechts afgebeeld, wit aan zet. Uiteindelijk verwierp ik de zet in de veronderstelling dat Lucassen vertrouwd was met de stelling en willicht iets beters achter de hand had.
Ondanks de misser en tijdverspilling bij de 5de zet heeft van Bennekom tot aan de 14de het betere van het spel. *2 Zie diagram, zonder noodzaak geeft wit dhr. Lucassen gelegenheid tot venijnig tegenspel door lang te rokeren. Bij nader inzien lijkt mij 14. h4 een stuk sterker, wellicht is zelfs Ke2 een optie. Hoe het ook zei, wit rokeerde lang en dhr. Lucassen profiteerde optimaal door een snelle aanval via Dd7 en a5-a4 te lanceren.
17.     h5-axb3
18.   cxb3-Ra1+
19.    Kc2-Rxg1
20.   Rxg1-Bh7!?
21.     g5-hxg5
22.   Bxg5-Qh3
23.   Bxf6-gxf6*3
24.    Rg3-Qxh5
25.    Qa5-Kd7
Wit onderschat het gevaar en brengt zichzelf in een hachelijke positie door zwarts kansen te negeren. 17. Dc3 was een goede verdediging tegen de opmars van de a-pion, in plaats daarvan dacht van Bennekom zich wel een geïsoleerde dubbelpion te kunnen permitteren. Enkele zetten later is het kwaad geschied en heeft dhr. Lucassen een gewonnen stelling in handen. Een sterke voortzetting was 20. ..-Dc6! waardoor de koning, door de dreiging Lxe4, terug naar de eerste rij moet en zwart na rokade de toren in de aanval kan betrekken.
*3 Zie diagram, net als in de kwartfinale van de beker rekent van Bennekom een variant door om vervolgens met een ander in de vingers te belanden. De zwartspeler had gerekend met 23. Tg3-Dxh5 24. Lxf6-gxf6 25.Da5 in plaats daarvan speelde wit 23. Lxf6. Een gelukje voor hetzelfde geld verliest zoiets de partij opslag, het vreemde wil dat ChessGenius 23. Lxf6 als beste zet naar voren schuift.
26.    Qa7-b6
27.    Nd2-Bg6
28.   Qa4+-Ke7
29.    Qc4-Rc8
30.     d4-exd4
31.   Qxd4-Qe5
32.    Kc3-c5
33.  Qxe5+-fxe5
34.    Kc4-Kd7
Om niet volledig weggedrukt te worden speelt van Bennekom 30. d4, twee zetten stuurt dhr. Lucassen aan op de ruil van de dames om daarmee de dubbelpion op te lossen. Na de partij vertelde dhr. Lucassen dat hij op dit moment het punt al toe had geëigend. Dat zwart het eindspel nog zeer secuur moet behandelen besefte de zwartspeler een fractie te laat. Met een sterke loper en een pion meer waande zwart zich oppermachtig.
De heren belanden in het eindspel op het moment dat de witspeler beschikt over 25 minuten en de zwartspeler over een klein uurtje. Op de 36ste zet komt dan het foutje waar van Bennekom op loerde. *4 Zie diagram, zwart speelde 36. ..-Tf8? waar Ta8 stukken sterker was in verband met matbeelden via Le8. Een zet later geeft zwart het initiatief volledig uit handen door Kd7 te spelen, waar zwart middels Te8 met het oog op Te6 nog op winst had kunnen spelen.
35.    Kb5-Kc7
36.    Rf3-Rf8?*4
37.   Rf6!-Kd7??
38.    Nc4-Bxe4
39.  Rxd6+-Ke7
40.   Rxb6-f6
41.   Nd6!-Bf3
42.   Kxc5-Rd8
43.     b4-Rd7
vanaf de 37ste zet gaat het hard bergafwaarts met zwart. De witspeler weet een vrijpion te creëren op de b-lijn die enkel door de zwarte loper van promotie kan worden weerhouden. Vanaf de 38ste zet speelt van Bennekom een reeks krachtzetten die regelrecht tot winst leidden, ook ChessGenius ziet geen sluitende verdediging voor zwart. *5Zie diagram, op de 45ste zet speelt van Bennekom Tc6, slaan mag niet omdat dan de c-pion ondersteunt door het paard de toren de baas is. ChessGenius oppert 45. ..-Td7 46. Pf5+-Kf7 47. b6-Td5+ 48. Kb4-Td7 [1.54], slechts uitstel van executie. Begrijpelijk speelde dhr. Lucassen 45. ..-Lxc6 [1.87], om wit te dwingen het elementaire eindspel correct af te handelen. Het enige tegenspel wat zwart heeft ligt in de e- en f-pionnen, welke echter volledig gecontroleerd worden door het paard. De witspeler voorkomt een vlucht van de toren naar wits achterveld waardoor de stelling rustig kan worden uitschuiven.
44.     b5-Rc7+
45.   Rc6!-Bxc6*5
46.   bxc6-Kd8
47.     b4-Rh7
48.    Kb6-Rg7
49.    Nb5-Kc8
50.     c7-Rg8
51.    Kc6-opg.*6
*6 Zie diagram, mat in één is onafwendbaar, zwart geeft op. Deze partij staat modaal voor elke wedstrijd van de witspeler, het gemis aan openingkennis tezamen met het gebrekkige middenspel compenseert van Bennekom met een sterk eindspel.
Met deze winstpartij kon ik het team wederom geen dienst bewijzen, het team verloor met 6-2. In mijn persoonlijke queeste, het behalen van de magische 2000-grens is er dan eindelijk positief nieuws te melden. Na deze overwinning is de knsb-rating eindelijk boven de beginwaarde van 1923 gestegen!

Auteur: G. van Bennekom