Meijerink A. (1585) - van Bennekom G. (1872)
26-05-2003
In de externe competitie mocht van Bennekom aantreden tegen dhr. Meijerink, de twee voorgaande duels werden in het voordeel van de ondergetekende beslist. Wederom gold dat winst was geboden mocht van Bennekom nog enige illusies blijven koesteren op het kampioenschap.
Een thematische partij
01. c4-e5 02. Nc3-f5 03. e3-Nf6 04. g3-Be7 05. Bg2-O-O 06. Nge2-c6 07. O-O-Kh8!? 08. d4-e4 09. a3-d5 10. cxd5-Nxd5*1 |
|
Eerste teamspeler dhr. Meijerink opende met 1. c4, van Bennekom overwoog c5!?, g6 en f5 maar zwichtte uiteindelijk toch voor het voor de hand liggende e5. Na een zet of vijf werd het strijdplan van dhr. Meijerink duidelijk, het oprichten van een solide verdediging en zwart zo min mogelijk gelegenheid tot aanval geven. Op de achtste zet begint de wedstrijd pas echt, dhr. Meijerink speelde d4, van Bennekom met een probleem opzadelend, vroeg de stelling nu om 8. ..-e4 of d6!? Het analyseprogramma ChessGenius prefereert 8. ..-d6 9. b3-Le6 10. h3-Pbd7 [0.48], de zwartspeler speelde echter 8. ..-e4 hopende dat de pion wit zou hinderen in diens ontwikkeling. Twee zetten later ontstond de stelling, zie diagram zwart aan zet, waaruit de strategie van de zwartspeler naar voren komt. De zwartspeler slaat opzettelijk niet met de pion op d5 met het oog op het eindspel. Slaan met de pion op d5 houdt een zwakte op d5 in. |
11. Nxd5-Qxd5 12. Nf4-Qf7 13. b4-Nd7 14. Bb2-Nf6 15. f3-Be6 16. Nxe6-Qxe6 17. Qe2-a6 18. Rac1-Rad8 19. fxe4-Nxe4*2 20. Bxe4!?-fxe4 |
|
Gestaag claimt zwart meer terrein op het bord, dhr. Meijerink speelde daartoe 15. f3 een sterke zet, wit gaat niet passief zitten toekijken hoe zwart zijn ontwikkeling voltooid maar wakkert juist de strijd in het centrum aan. Zie diagram, de situatie na zwarts 19de zet zwart heeft een sterk paard op e4 die alleen met behulp van de witte loper verdreven kan worden. Op de 20ste zet begaat dhr. Meijerink een tactisch foutje 20. Lxe4 is hetgeen waarop zwart stilletjes gehoopt had, zwart blijft nu namelijk achter met een krachtige zwarte loper. Toegegeven het paard op e4 staat sterk maar aan de andere kant, zwart dreigt niets en het paard kan nergens heen. Tot groot genoegen van de zwartspeler gaf dhr. Meijerink het eindspel op een presenteerblaadje. De witspeler gaf namelijk de voorzet voor een dubbele torenruil, waar van Bennekom maar al te gretig op in ging. |
21. Rxf8+-Rxf8 22. Rf1-Rxf1+ 23. Kxf1-Kg8 24. Kg2-g6 25. Qc2-Kf7 26. Qf2+-Qf6*3 27. Qxf6+?-Bxf6 28. h4-Be7 29. Bc3-Ke6 30. Kh3-Kd5 |
|
Op zet 23 diende de zwartspeler nog één obstakel te nemen om de winst te kunnen binnenhalen en wel het forceren van dameruil. Op de 27ste zet ruilde dhr. Meijerink zonder rede de dames van het bord en belandde daarmee prompt in een verloren eindspel. Het opzienbaarlijke in die stelling is dat ChessGenius ook 27. Dxf6+ als beste voortzetting ziet, complete onzin natuurlijk!! Na 27. De2 is het nog maar de vraag of zwart dameruil kan forceren of andersoortig voordeel. In diens geliefde eindspel maakte van Bennekom slechts één fout 32. ..-Kd3 is nog sterker dan het evenzo winnende 32. ..-Kb3. Het resterende deel van de partij verliep als volgt:
31. Kg4-Kc4
32. Be1-Kb3
33. Kf4-Kxa3
34. Kxe4-Bxb4
35. Bxb4+-Kxb4
36. d5-Kc5!
37. dxc6-Kxc6
38. h5-gxh5
39. Kf5-Kd7
40. Ke5-b5
41. Kd5-b4
42. e4-a5
43. Kc4-Ke6
44. Kd4-b3
45. Kc3-a4
Na deze overwinning deed van Bennekom weer mee in de race om het kampioenschap aangezien mijn concurrent dhr. Groenewoudt niet verder kwam dan remise tegen dhr. v/d Werff! |
Auteur: G. van Bennekom