Partij van de Avond : Benjo – Julian (29 sep ’25)

– door Julian Persaud

Vandaag moet ik tegen Benjo, een pittige tegenstander voor mij. Ik heb nooit eerder tegen Benjo gespeeld. Wel heb ik van meerdere mensen gehoord dat hij goed is en dat ik enorm aan de bak zal moeten.

[speel de partij na door de LiChess-link in de notatie, onderaan]


[Restart animation]

1.d4 Nf6 2.c4 g6 3.Nc3 Bg7 4.e4 d6

Benjo speelt 1.d4 en ik speel mijn vertrouwde Konings-Indische (KI) verdediging hiertegen. De eerste paar zetten zijn vrij standaard.

5.f3 O-O

Wanneer hij f3 speelt gaan bij mij de alarmbellen af, dit is weliswaar een theoretische voortzetting maar biedt wel tactiekjes door schaak op h4.

6.Be3 e5 7.d5 Nbd7 8.Qd2 Re8

Hier speelde ik de opening blijkbaar verkeerd. De computer (Stockfish = SF) geeft aan dat zwart te kalm ontwikkelt en daarmee wit te veel tijd geeft om te drukken, met het voordeel in ruimte dat wit dan krijgt. Zwart had beter zo snel mogelijk f7-f5 kunnen voorbereiden, de typische breek-zet in de KI.

9.Bh6 …

Vervolgens komt mijn vermoeden uit dat een schaakje op h4 een rol gaat spelen :


[ stelling na 9.Bh6 ]

9…Nxe4! 10.Nxe4 Qh4+ 11.g3 Qxh6

Benjo wil te graag mijn Indische loper afruilen. Hierdoor ben ik in staat een paard te offeren voor een pion met tempo op zijn dame. Dit paard win ik vervolgens simpel terug door met de dame schaak op h4 te geven en zijn loper te slaan nadat hij het schaakje blokkeert.

12.h4 Qxd2+ 13.Kxd2 …

Benjo besluit (terecht) dat het onder druk zetten van de dame door de pionnen op te spelen zijn beste kans is. Daardoor besluit ik de dames te ruilen. Hier heb ik nog over getwijfeld wegens een mogelijk verminderd initiatief nadat de dames van het bord zijn. Maar ik dacht dat mijn eigen dame licht claustrofobisch zou komen te staan als ik niet zou afruilen.

13…f5 14.Nf2 e4 15.fxe4 fxe4 16.Kc2 Nc5

Ondanks dat de dames van het bord zijn zet ik de aanval voort. Ik dwing zijn enige ontwikkelde stuk naar de tweede rij en zet mijn eigen stukken en pionnen op betere velden om druk uit te oefenen.

17.Re1 Bf5 18.Rd1 e3+ 19.Nd3 …

Wit besluit zijn toren te activeren en druk op de gepasseerde pion uit te oefenen. Deze verdedig ik extra met de loper en breng zo een vervelend aftrek-schaakje in de stelling. Wit besluit het veld waar het paard na het aftrek-schaakje moet gaan staan extra te verdedigen met de toren. Ik schuif de pion door met schaak.

Wit moest het paard wel op d3 zetten om het schaakje te dekken en tegelijkertijd weg te gaan van een pion die het paard aanvalt.


[ stelling na 19.Nd3 ]

19…Nxd3 20.Bxd3 Bxd3+ 21.Rxd3 e2

Hier besluit ik te ruilen op d3 om vervolgens de pion nog verder door te schuiven. Achteraf was dit een slechte keuze omdat het paard op d3 gepend staat en nergens heen kan. Het is helemaal niet nodig om de druk te verlichten, want wit heeft namelijk bijna geen zetten. SF suggereert het computerachtige 19…Rab8 of 19…b5. Omdat wit bijna geen zetten heeft en compleet vast staat, is het idee nu om een extra zwakte in de positie te creëren – het principe van de 2e zwakte. Vervolgens wil SF dat zwart aanvalt op de damevleugel terwijl wit veel tempo’s spendeert om aan de koningszijde uit te knoop te komen.

Een mogelijk vervolg is 19…Rab8 20.g4 Be4 21.Rh3 b5 22.cxb5 Rxb5 23.b3 Ra5 24.a4 Rb8 25.Rxe3 Rxb3 26.Rxe4 Rc3+! 27.Kd2 Nxe4+ 28.Ke3 Rxa4. Zwart staat aan het eind van dit voorbeeld een kwaliteit, 2 pionnen en positioneel voor, wit kan opgeven :


[ analyse-stelling na 28…Rxa4 ]

Natuurlijk vindt SF alle tactische details en trucs die jij of ik niet persé zou vinden. Echter gaat het niet om het specifieke vervolg maar om het idee hoe je die positie verder kunt spelen. Na het vastzetten van wit gaat zwart verder met aanvallen aan de andere kant van het bord waar wit niet goed de stukken heen kan krijgen. SF forceert een extra zwakte en compromissen totdat wit materiaal moet opgeven om ook maar enigszins te overleven en alsnog staat wit op alle vlakken achter (SF evaluatie -5.6, maar ook voor een mens is dit kansloos).

Ik besluit dus te ruilen op d3 om de pion door te schuiven, maar dit verlicht veel druk voor wit.

22.Nf3 Bh6


[ stelling na 22…Bh6 ]

Wit moet koste wat het kost voorkomen dat de pion promoveert en dus speelt wit Nf3, de enige zet die geen materiaal verliest. Ik heb hier lang getwijfeld tussen 22…Re4 en 22…Bh6. Uiteindelijk kies ik verkeerd. Ik dacht dat wit na 22…Re4 een kans had met 23.Kd2 en later eventueel de pion zou winnen. Daarom kies ik voor 22…Bh6, wat dit voorkomt. Echter was ik niet concreet genoeg, want wit heeft helemaal geen goede manier om de pion op e2 te nemen zonder meer materiaal te verliezen. Juist doordat ik 22…Bh6 speel kan wit veel meer druk uitoefenen op de pion. Vervolgens speel ik een zet later Re4, wat alsnog goed is.

23.Re1 Re4 24.Nd4 Rae8 25.Ne6 c6 26.b3

Hier voel ik dat ik het niet goed heb gespeeld, mijn voordeel is weg aan het glijden. Ik laat toe dat het paard een super irritante voorpost heeft op e6, wat het contact tussen mijn torens verbreekt en druk zet op mijn positie. Dus probeer ik de pion die het paard verankert aan te vallen met c6, dit verdedigt hij met b3.


[ stelling na 26.b3 ]

26…Re7 27.Rf3 cxd5 28.cxd5 Re5 29.g4 Bg7 30.g5

Het eindspel dat inmiddels is ontstaan speelt wit hier uitstekend. Zwart staat beter, maar wit weet steeds vervelende vragen te stellen. Zwart had doeltreffend en precies moeten zijn om het voordeel te bewijzen, maar ik schoof in plaats daarvan relatief doelloos de stukken heen en weer.

Achteraf is 26…Re7 natuurlijk een zwakke, passieve zet. Een veel beter en ook natuurlijker alternatief is 26…cxd5 27.cxd5 Rc8+. Dit dwingt zwart om de enige zet 28.Rc3! te vinden. Anders kan zwart de pion promoveren (28.Kb2 Rc1 29.Rxc1 Bxc1 30.Kxc1 en wit kan promotie niet tegenhouden). Als wit wel 28.Rc3 vindt, kan zwart de stelling versimpelen door torens te ruilen en vervolgens een extra pionnetje te winnen. Hierna kan zwart gaan oplopen met zijn g- en h-pionnen en dan is de winst een kwestie van techniek.

30…Re8 31.Rf2 Rc8+ 32.Kb1 Rxd5 33.Rfxe2 Be5 34.Rf1

De zet 30…Re8 is weer zo’n passieve en vrij kansloze zet, het bereikt erg weinig en geeft wit alleen maar meer tijd voor tegenspel. Echter kiest wit hier net de verkeerde zet. Hij wil graag af van die vervelende pion op e2 die hem elke zet weer stress bezorgt, erg begrijpelijk, maar eigenlijk draaide de stelling niet om die pion op e2 (die gaat nergens heen) maar om de pion van wit op d5! Die pion houdt alle witte weerstand levend. Door pion e2 gewoon op te geven kan zwart weer gaan drukken voor de winst. Echter is de stelling enorm gecompliceerd. Zwart speelt 33…Be5 wat de stelling weer gelijkt maakt. Dit komt doordat wit hierdoor de f-lijn kan bezetten zonder tegenstand van zwart. Als zwart 33…Bh8 doet (een computer- of GM-zet) kan wit wel de f-lijn bezetten maar niet zonder dat zwart een torenruil forceert. Dit vermindert de kracht van de toren op de f-lijn tienvoudig (33…Bh8 34.Rf1 Re5, wit moet ruilen anders verliest hij materiaal, 35.Rxe5 Bxe5).

34…Rd3 35.Rc2 Re8

Zwart moet actief worden, anders kan hij zelfs nog finaal verliezen. Wit neemt ook de c-lijn over. Zwart kan hier niets aan doen want 35…Rxc2 36.Rf8#

36.Nf4 Rd4

Hier mist zwart 36…Rf8! Nou mist… het is de beste zet ENKEL als het volgende idee ook wordt gezien: 36…Rf8 37.Rcf2 Rd4 38.Ne6 en nu het idee, de enige zet waardoor zwart niet finaal verliest: 38…Rd1+! Een briljant torenoffer. Het beste wat wit hier kan doen is 39.Rxd1 Rxf2 en zwart staat voor met een veel actievere toren, de f-lijn onder controle en de c-lijn kan wit niet eens bezetten met zijn toren. Want 40.Rc1 is mat in 4! Kan jij hem vinden ?

Ik ben een menselijke schaker zonder titel, dus dat zie ik helaas niet. Echter is 36…Rd4 een prima poging tot voordeel. SF vindt een manier om remise te maken voor wit, maar mijn tegenstander vindt deze niet (37. Ne6! is weer zo’n briljant computer-offer, Rxe6 38.Rc8+ Kg7 39.Rc8+ Kg8 en wit kan de stelling herhalen).

37.Ng2 Rg4 38.Rf3 Rf8 39.Rxf8+ Kxf8 40.Rc8+ Ke7 41.Ne3 Rxh4 42.Rc7+ Ke6 43.Rxb7 Rh5 44.Rxa7 Bd4 0-1

Wit zet het paard terug en zwart kan de toren verder activeren voor druk. Wit heeft enkel tegenspel op de c-lijn en komt hier binnen met schaak. Zwart gebruikt deze schaakjes om zijn koning te activeren, maar dit kost hem 2 pionnen. Echter, de 2e pion slaan op a7 is een fout, zwart heeft dan een vork met de loper op het paard en de toren, waardoor materiaal-verlies ogenschijnlijk onvermijdelijk is.


[ eindstelling ]

Maar .. wit verliest in deze eindstelling helemaal geen stuk! Beide spelers missen hier de redding voor wit. En het erge is dat er zelfs 2 mogelijkheden zijn:

45.Ra4 Bxe4 46.Re4+ Kd7 47.Rxe4 Rxg5 : niet best, zwart staat 1 pion voor en heeft 2 verbonden vrijpionnen die dichterbij promotie zijn dan de verbonden vrijpionnen van wit. Ook staan zwarts koning en toren actiever. Echter staat wit geen stuk achter en met weinig tijd kan er nog vanalles gebeuren.

45.Ra8 Bxe4 46.Re8+ Kd7 47.Rxe4 Rxg5 met hetzelfde eind-scenario.

Wit mist beide van deze zetten die hem hadden kunnen redden of de partij hadden kunnen verlengen. Hierdoor geeft wit op en win ik een zwaarbevochten partij.

[Event "SVPS intern"]
[Site "Enschede @ https://lichess.org/1Yf5dVRm "]
[Date "2025.09.29"]
[Round "4"]
[White "Benjo Hilbrink"]
[Black "Julian Persaud"]
[ECO "E87"]
[Opening "King's Indian Defense: Sämisch Variation, Closed Variation"]
[Result "0-1"]

1. d4 Nf6 2. c4 g6 3. Nc3 Bg7 4. e4 d6 5. f3 O-O 6. Be3 e5 7. d5 Nbd7 8. Qd2 Re8 9. Bh6 Nxe4 10. Nxe4 Qh4+ 11. g3 Qxh6 12. h4 Qxd2+ 13. Kxd2 f5 14. Nf2 e4 15. fxe4 fxe4 16. Kc2 Nc5 17. Re1 Bf5 18. Rd1 e3+ 19. Nd3 Nxd3 20. Bxd3 Bxd3+ 21. Rxd3 e2 22. Nf3 Bh6 23. Re1 Re4 24. Nd4 Rae8 25. Ne6 c6 26. b3 Re7 27. Rf3 cxd5 28. cxd5 Re5 29. g4 Bg7 30. g5 Re8 31. Rf2 Rc8+ 32. Kb1 Rxd5 33. Rfxe2 Be5 34. Rf1 Rd3 35. Rc2 Re8 36. Nf4 Rd4 37. Ng2 Rg4 38. Rf3 Rf8 39. Rxf8+ Kxf8 40. Rc8+ Ke7 41. Ne3 Rxh4 42. Rc7+ Ke6 43. Rxb7 Rh5 44. Rxa7 Bd4 0-1